Zijn
de problemen van allochtone jeugd een gevolg van ontoereikende
opvoeding?
Debat over zin en onzin van opvoedkundige en
culturele verklaringen van jeugdproblematiek.
Met: Trees Pels, onderzoeker Opvoeding en Ontwikkeling allochtone kinderen Verwey-Jonker Instituut;
Marcia Luyten, econoom en cultuur-wetenschapper; Piet
Boekhoud, bestuursvoorzitter Albeda College en Leon Hoek, Raad van de Kinderbescherming.
Gesprekleider: Jeroen Visser
Feit: allochtone jongeren plegen vaker overtredingen en misdrijven dan autochtone leeftijdgenoten. Ander feit: het percentage vroegtijdig schoolverlaters is onder allochtone jongeren hoger dan onder autochtonen. De oorzaak voor deze allochtone oververtegenwoordiging werd vaak verklaard door de sociaal-economische positie. Sinds enige tijd is het taboe doorbroken en wordt er ook gewezen op de rol van opvoeding en de culture achtergrond.
Lange tijd was het een taboe. Het gevaar om een cultuur als achterlijk weg te zetten was immers groot, maar volgens Marcia Luyten moeten we er toch aan geloven: de opvoeding en cultuur van allochtonen moet nader bekeken worden om de huidige problemen met jongeren te verklaren. Marcia Luyten kwam in haar onderzoek op de volgende verklaringen die de relatie tussen gedrag en herkomst bewijzen. Luyten: "Bij Marokkanen speelt de macho-factor een grote rol. De Marokkaanse cultuur is een masculiene cultuur. Vergelijk je die met de Nederlandse, dan is die cultuur hier erg feminien, zacht. Dat betekent dat die jongeren opgroeien in een sfeer waarin competitie, geldingsdrang en gezichtsverlies erg belangrijk zijn."
Ze vervolgt: "Een andere factor die een rol speelt is collectiviteit. De Nederlandse samenleving is erg individueel, de machtsverhoudingen zijn daardoor ook minder hiërarchisch als in een groep. Ook speelt respect en eer een grote rol binnen de Marokkaanse cultuur."
Maar dit zijn kenmerken van (in dit geval de Marokkaanse) cultuur. Waarom zouden die bijdragen aan deelname aan criminaliteit? Luyten: "Ik schets het nu zwart-wit. En ik weet ook dat dit met de generaties minder wordt, maar als een groep in een hoek gedrukt wordt, gaan deze factoren een rol spelen. Een - voor de samenleving - negatieve rol." Het groepsbelang wordt dan ingezet om zich samen tegen de Nederlandse samenleving af te zetten. Je positie binnen de eigen kring wordt door een gewelddadige geldingsdrang erkend.
Dit beeld is onderzoeker Trees Pels te ongenuanceerd. Pels heeft altijd oog gehad voor de culturele achtergrond, maar dan zowel bij geslaagde als mislukte pogingen van nieuwkomers in Nederland. Pels: "Er werd bij problemen met allochtonen altijd gewezen op sociaal-economische factoren, maar dat is sinds Pim Fortuyn volledig omgeslagen. Nu wordt er alleen nog maar naar culturele oorzaken gezocht. Er is daardoor angst voor de ander ontstaan. Mijn bezwaar is dat die culturele factor uitgaat van een wij-zij houding. Goed, de eerste generatie bracht sterk de eigen cultuur mee, maar de latere generaties zijn hier opgegroeid. Die jongeren zijn Rotterdams, Nederlands, moslim. Het directe negatieve verband leggen met de cultuur uit het land van herkomst, vind ik te simpel en bovendien stigmatiserend."
Maar Luyten denkt juist dat de aanpak tot nu toe gefaald heeft, juist omdat om de hete brij heen werd gelopen. Want, zegt zij, je leert de krachten achter bepaald gedrag kennen door naar de cultuur te kijken waar ze uit komen. Luyten: "Ik wil dit culturele aspect met de sociaal-economische aspecten mee laten wegen. Er rustte altijd een taboe op. Ik zeg: weeg het mee, leer de achtergrond van een groep kennen."
Pels: "Maar het werkt juist stigmatiserend, waardoor je het probleem uiteindelijk niet begrijpt." Luyten komt met een voorbeeld. In Amsterdam-West deed ze onderzoek onder Marokkaanse jongeren die met justitie in aanraking waren gekomen. Wat bleek, veel van hen vertelden over de problemen thuis. Luyten: "Ze wezen op de opvoeding. Thuis werden slecht grenzen gesteld. Ze werden niet aangestuurd en kregen ze weinig steun."
Pels: "Is dat geen migratie- in plaats van cultuurproblematiek. Jij beredeneert vanuit de probleemgevallen. Ik ken tal van gevallen waarbij die typische kenmerken van Marokkaanse gezinnen (geldingsdrang, het belang van de groep, strenge ouders) positief uitwerken. Juist het slagen binnen de Nederlandse samenleving verwerft respect en aanzien." Het probleem is geschetst. Is de culturele achtergrond wel of niet een verklaring voor problemen in een andere samenleving? Volgens ervaringsdeskundige Leon Hoek van de Kinderbescherming (hier komen zowel ontspoorde jongeren als jongeren die thuis mishandeld worden) is er geen verband tussen cultuur en crimineel gedrag. Hoek: "Ik heb het nog niet ontdekt. Wel merk ik dat als ik een kind met een taakstraf voor me heb, de betrokkenheid van de ouders een grote rol speelt. Staan zij dicht bij hun kind, dan slaagt het bijna altijd." Hoek lijkt zich dus niet bij Luytens mening aan te sluiten. Hij ziet het meer als een algemeen opvoedkundig probleem.
Hoek: "Je moet je ook bedenken dat de samenleving is verhard. Moeders zitten niet meer met een pot thee op hun kinderen te wachten. Die werken. Het draait meer en meer om bezit. Dat is voor jongeren ook aanleiding om de fout in te gaan. Je wilt iets hebben, waar je geen geld voor hebt. Het stijgt dus boven de culturele verklaring uit." Een andere man uit het werkveld is Piet Boekhoud van het Albeda College. Zijn mening: "Kijk de ouders van de 1e generatie hebben niet voor de overlast gezorgd. Dat doen hun kinderen en kleinkinderen. Ik ben van mening dat het probleem ligt in de grote verschillen tussen de situatie thuis, op straat en op school. Die jongeren zitten in drie rollen en weten niet hoe ze daarmee om moeten gaan. Ze krijgen die werelden met verschillende normen, waarden, niet bij elkaar."
Boekhoud meent dat de jongeren met name de straat 'gebruiken' om zich te profileren voor vrienden. Daar geldt het recht van de stoerste, de sterkste, maar op school gelden democratische omgangsvormen. Boekhoud: "En thuis zou die democratische aanpak ook een rol moeten spelen. Niet op basis van autoriteit, maar rede." Is er eigenlijk wel zoveel veranderd? Waren het immers niet altijd al de armen die weinig succesvol op school waren en vaak met de politie in aanraking kwamen? Hoek: "Ik denk dat er inderdaad niets is veranderd." Boekhoud ziet het ook los van culturen, maar wijst een beschuldigende vinger richting de tijdsgeest. Boekhoud: "We zijn heel bescheiden geworden in onze rol als opvoeders. We durven niet meer duidelijk en ferm te zijn. Ik pleit weer voor een sturende opvoeding waarbij ouders iets verlangen van hun kind. Ook docenten hebben hierin een rol."
Trees Pels ziet ook de problemen van die democratisering. "Leraren hebben 30 individuen voor zich. Die vrijheid op straat en op school zorgt voor migrantenkinderen soms voor een enorme shock. Maar als we het hebben over instanties dan staan er ineens wel weer mensen met een vingertje te wijzen: 'zo moet het, dit moet u doen.'" Gevolg daarvan is volgens Pels een averechtse werking. "Het bevoogdende en verwijtende strijkt mensen tegen de haren in."
Maar belangrijk in een andere aanpak is dat ouders bijvoorbeeld met leraren in contact komen om te praten over het gedrag van hun kind. Volgens Pels leeft die behoefte dan ook sterk bij die ouders. Luyten reageert: "Op ouderavonden komen ze gewoon niet opdagen. Ze spreken de taal niet en Marokkaanse vaders tonen sowieso geen belangstelling." Wat zou een mogelijke aanpak kunnen zijn om probleemjongeren aan te pakken of anders gezegd: te helpen? Luyten: "Ik zou opvoedingsondersteuning verplicht willen stellen voor die gezinnen. Juist die gezinnen zijn moeilijk te bereiken. Stuur de kinderen naar voorscholen zodat hun taal en vaardigheden op een acceptabel niveau komen, dan kunnen ze ieder geval op school goed meekomen."
Pels: "Moet dan weer die hele bevolkingsgroep gestigmatiseerd worden? Ik pleit meer voor een soort consultatiebureau waar allerlei ouders die problemen met hun kind hebben, kunnen langs komen voor advies." Boekhoud gelooft meer in een individuele aanpak in de klas. Hij zegt: "Er zijn nu leersystemen die veel verlangen van kinderen hun individualiteit, maar voor sommigen werkt die niet, dan moet je dat leersysteem kunnen aanpassen."
Maar die culturele factor, hoe moeten we daar nu mee omgaan? Pels: "Iedereen, willekeurig welke cultuur, wil goed integreren. Als het misgaat dan mag je best ingrijpen, maar laat vooral door de ouders corrigeren." Hoek: "Belangrijker dan culturele factoren vind ik: positief blijven. Kijk naar de overeenkomsten, niet naar de verschillen." Luyten: "Een indicatie voor criminaliteit is schooluitval. Die is hoog onder allochtone jongeren. Veel jongeren willen op grote voet leven, maar zoals Piet Boekhoud ook zei, ze willen eigenlijk: gemak, genot en gezin. Voor goede integratie zou het goed zijn dat de samenleving niet in getto's en hokjes wordt verdeeld."
Boekhoud, tot slot: "Naast de drie g's (gemak, genot, gezin), moet je ze ook iets meegeven: vertrouwen, verbinding en verantwoordelijkheid. De culturele achtergrond is geen verklaring voor wangedrag. Je moet ze leren dat een BMW snel gaat vervelen. Je moet ze ervan overtuigen dat er meer is in het leven."
Ferry Wieringa
©Overname van dit artikel - ook gedeeltelijk - alleen met toestemming van de auteur of de Rotterdamse Kunststichting.
Informatie: RKS Margot Bleeker (010) 433 58 33.
de
thermometer is een debatserie waarin de temperatuur van het
maatschappelijk klimaat in stad en land wordt gemeten. Gekeken wordt
naar de praktische bruikbaarheid van politieke ideeën en theorieën.
de thermometer is een samenwerkingsverband van het Landelijk
Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR), de Stedelijke
Adviescommissie Multiculturele Stad (SAMS), Studium
Generale Erasmus Universiteit en de Rotterdamse
Kunststichting (RKS).
|