verslag de thermometer 2
Zaal de Unie, 28 oktober 2002
De Thermometer

Wie vangt de culturele factor?

In hoeverre is het zinvol de culturele factor te betrekken bij de discussie over de intergratieproblematiek? Daarover ging de Thermometer van 28 oktober.

Jarenlang werd de achterstand van allochtonen geweten aan hun sociaaleconomische omstandigheden. Dat de problemen cultureel gerelateerd zouden zijn, was taboe. De schijn van racisme bij deze suggestie lag immers op de loer. Nu met betrekking tot de integratiediscussie veel meer dan voorheen, zoniet alles gezegd lijkt te mogen worden, ligt ook de link tussen migrantenprblemen en culturele achtergrond meer voor de hand. Maar hoe zinvol is het dit element op tafel te leggen?

Antropoloog Frank van Gemert en panellid laat daar geen misverstanden over bestaan: buitengewoon zinvol. Hij deed – niet geheel onomstreden – onderzoek naar de relatie tussen criminaliteit en culturele achtergrond in de Rotterdamse wijk Bloemhof. En trok zodoende een tijd op met jeugdige Turken en Marokkanen die het plaatselijk buurthuis bezochten. “Wanneer je de problemen van een bepaalde groep onderzoekt, kom je niet onder de culturele component uit”, meent hij.
Ook juriste Naema Tahir is blij dat het taboe eindelijk doorbroken is. Vooral de migrantengemeenschappen zelf mogen wel eens een kritische blik op hun manier van kijken en denken richten, schreef ze onlangs in NRC. “Moslims moeten eens wat meer zelfkritiek hebben. De gemeenschappen zijn maar moeilijk bereid naar zichzelf te kijken.” Dat heeft volgens Tahir te maken met een aantal patronen waarin migranten blijven zitten. “De functie van de vader als autoriteit in het gezin laat weinig ruimte voor discussie. Ook hangen migranten nogal naar het verleden. Ten derde zou ik het ‘imaginary homeland’ willen noemen. Men houdt een idealistisch beeld van het moederland voor ogen. Dit doen ook de jongeren, die er misschein nog nooit zijn geweest. Nederland is in hun ogen slechts het ‘draagmoederland’. Het draagt hen, het baart hen, geeft hen leven, maar is niet hun echte ‘moeder’.” Begrip heeft Tahir echter wel voor het gebrek aan zelfkritiek: “Als je van buitenaf al zo kritisch bekeken wordt, heb je er moeite mee om het zelf te doen. En schiet je in het defensief.”

Verzuiling nieuwe stijl
Tweede-Kamerlid voor GroenLinks Naima Azough spreekt over het verschil tussen cultuur en religie. “Men zegt in de migrantengemeenschappen wel: besnijdenis is cultuur, en vindt geen legitimering in religie, maar met die aanname wordt verder niets gedaan. De praktijk wordt niet ter discussie gesteld. Dat vind ik kwalijk.” Ook Azough ziet graag meer discussie onder migrantengroepen. Een brede discussie. “Jaques Wallage had een aantal jaren geleden over een ‘islamitische zuil’, waar een soort emancipatorische werking zou uitgaan. Dat zie ik helemaal niet. De woordvoerders van de zuilen waren immers altijd de dominees, de gezagsdragers, de mensen met de sterkste status en de grootste mond. De ‘beste moslim’ runt de zuil. Wat ik graag wil is dat ook de migranten die niet bij bewindslieden in Den Haag worden uitgenodigd deelnemen.”
Hoogleraar geschiedenis van de niet-westerse samenleving aan de Erasmus Universiteit, Alex van Stipriaan betwijfelt of er wel een taboe is doorbroken. In het koloniale tijdperk werd bijna alles cultureel verklaard. “De kolonisator legde tamelijk racistische lijsten aan waarop stond dat dit ras ‘ lui maar loyaal’ is en dat ras ‘neigt tot weglopen’.” Wat betreft de hedendaagse discussie vreest Stipriaan dat ‘cultuur’ als een vaststaand gegeven wordt gezien. “En dat is het natuurlijk niet. Cultuur is dynamisch het verandert steeds. Wanneer je groepen in een hokje gaat plaatsen, laat je geen ruimte aan die verandering.” De overige panelleden knikken instemmend. “Mensen zijn geen marionetten van hun cultuur”, benadrukt Stipriaan. “ Kijk ook naar de wijk waarin ze wonen, hun ouders, etc.” “Leer migranten te zien als mensen en niet als groep”, doet Azough en duit in het zakje. Kwalificaties op basis van ras of culturele achtergrond zijn not done in onze post-koloniale samenleving. Tenzij het positive kwalificaties zijn. We zijn allemaal bereid aan te nemen dat in de Chinese cultuur harde werkers voortbrengt en dat Hindoestanen het ook goed doen in Nederland. “Precies”, zegt Van Gemert. “ Maar zodra je het over criminaliteit en culturele achtergrond gaat hebben, breekt de pleuris uit.”

“Kut Marokkanen”
Tijd voor een cultureel intermezzo. De rap ‘Kut Marokkanen’ bestormde onlangs de hitlijsten en is zelfs superclip geworden op MTV. In ijzingwekkend tempo vraagt de Marokkaanse rapper Raymster waarom de Nederlanders hem zo haten. “De ultieme cultuurverandering”, meent Stipriaan. “Rap is de nieuwe global culture.” “Mwoa”, onderbreekt Van Gemert, “Dit is meer stijl dan cultuur, zo’n rap.” Van Gemert ziet de inhoudelijkheid van het liedje niet zo. “Naaah”, blaast een deel van de zaal verontwaardigd. “Dit lied heeft bij uitstek een boodschap”, zegt een jonge man in het publiek. “Deze rapper vertelt over wat hij en een grote groep mensen ervaren. Het is juist wel inhoudelijk. Er moet niet op zo’n elitaire manier gekeken worden naar populaire cultuuruitingen. Ze zijn net zo essentieel als ander culturele expressie.” “Ja, nou…oké”, bindt Van Gemert in. “Maar het is zo vluchtig.”
Een lange man aan gene zijde van de veertig stelt zich voor als Henk Vink en vertelt werkzaam te zijn bij een instituut dat zich bezighoudt met de multiculturele samenleving. “Jongerencultuur is juist van belang voor integratie”, meent hij. “Die verschillende uitingen over de hele wereld, rap hier, zwarte hiphop in de VS, lijken zo op elkaar dat hierin een poging gezien kan worden culturen met elkaar te verbinden.”

Ook Nederlandse zelfkritiek, graag
Terug naar het onderwerp van de avond. Hoe zinvol is de discussie over de culturele component van het integratieprobleem? “Waar heb ik deze vraag eerder gehoord?, denkt een Surinaamse man van in de veertig hardop. Dan met ene grijns: “Oja, in de jaren zeventig over de Molukkers, later over Surinamers en Antillianen. Alsmaar hetzelfde riedeltje. Wanneer we nu klaar zijn met Turken en Marokkanen, voeren we dan dezelfde discussie over… ehm…” “ Somaliërs”, vult Naeema Tahir aan. Tja, dat zit erin, knikt de zaal. Misschien dat de Nederlanders ook eens kritisch naar de eigen cultuur kunnen kijken als het gaat om integratie van minderheden.

Hokjesdenken
“Graag, ja.” zegt een jonge Marokkaanse. Ze voegt echter toe dat de culturele component de discussie nodeloos ingewikkeld maakt. “Er zijn zo verschrikkelijk veel culturen in Nederland. Kijk alleen al naar de vele Berberstammen die hier vertegenwoordigd zijn…” Een Nederlandse leeftijdgenote valt haar bij. “Het lost niets op, maar leidt tot hokjesdenken en zaait eerder verdeeldheid tussen groepen dan dat het integratie bevordert.”

Ja, mits…
Naima Azough heeft een tijdje op de vraagstelling zitten kauwen. “Er is helemaal niet jarenlang veel aandacht uitgegaan naar de sociaal-economische kant van de integratie problematiek. Veel te weinig juist! Daarom heeft het zo kunnen lopen dat er zwarte scholen zijn ontstaan en zwarte wijken waarin kinderen alleen hun eigen taal spreken en zo een achterstand in het Nederlands oplopen. Nog steeds staat er geen woord over witte en zwarte scholen in de onderwijsbegroting van het kabinet. De culturele factor mag geen schaamlap zijn voor jarenlang falend sociaal –economische beleid!” “De aandacht moet naar beiden uitgaan”, concludeert Tahir. “Van autochtoon en allochtoon mag er iets verwacht worden. Autochtonen: leer migranten kennen. Toon echte interesse en betrokkenheid die verder gaat dan ‘hoe maak je couscous’. En allochtonen: benoem ook het goede van de Nederlandse maatschappij. Want we hebben het hier gewoon goed.”

Aldus werd het antwoord op de vraag ‘is het zinvol de culturele factor te betrekken bij de discussie over de intergratieproblematiek’ beantwoord met een aarzelend ja, mits.
En zoals vaak bij debatten in De Unie, kwamen de tongen pas goed los bij een glas van het een of ander in het cafégedeelte.


de thermometer is een debatserie waarin de temperatuur van het maatschappelijk klimaat in stad en land wordt gemeten. Gekeken wordt naar de praktische bruikbaarheid van politieke ideeën en theorieën. de thermometer is een samenwerkingsverband van het Landelijk Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR), de Stedelijke Adviescommissie Multiculturele Stad (SAMS), Studium Generale Erasmus Universiteit en de Rotterdamse Kunststichting (RKS).


Informatie: RKS Shervin Nekuee (010) 433 58 33, LBR Jeroen Visser (010) 201 02 01, SAMS Leo Balai (010) 213 30 81.